“Goedemorgen”, begon ik ons gesprek. De eigenaar van het tuincentrum, die met een nauwelijks verhulde tegenzin zijn koopwaar aan het uitstallen was, keerde zich half naar mij. “Jaaa!”.
“Wat kosten die leilindes meneer”?, was mijn tweede deel goedbedoelde tekst.
“Welleke?” kwam licht geïrriteerd terug.
“Die daar…”.
“Ja, der staan der zoveel”. Hij deed echt zijn best om niet meteen door te lopen.
“Welke zijn er dan?” vroeg ik. “Dak en horizontaal”.
“De horinzontale”.
“85 euro!”.
Stevige prijs vond ik voor een leilinde van die grootte, dus ik probeerde voorzichtig “Voor één leilinde”?
Waarop ik een gevat “Wat dach jij dan, voor allemaal? terugkreeg en zuchtend draaide hij zich dankbaar, dat het gesprek wat hem betreft voorbij was, ongekend bevrijdend kwiek om en ging door met zijn werk.
Groene handen en enige vorm van klantvriendelijkheid liggen kennelijk bij hem niet op een kussen. Jammer.